Alweer ruim een jaar voorbij. Waar was je toch? Al die tijd. Je dacht er zelf gewoon te zijn. Anderen dachten daar blijkbaar anders over. Je zou het alleen maar over anderen hebben. Maar waar ben jij?

Je bent er wel degelijk. Was er ook zeker. Alleen niet in zicht. Achter de schermen. Keihard knokken. Voor jezelf. Je eigen plek. Als je er zo over nadenkt. Hadden ze misschien wel gelijk. Zo zichtbaar was je niet.

Opgeslokt door van alles en nog wat. Thuis is niet meer thuis. Nieuw huis, nieuwe omgeving. Werkperikelen. Nieuw werk, nieuwe inzichten. Afscheid van ritme en regelmaat. Afscheid van dierbaren.

Compleet uit balans. Je weet het maar al te goed. Toch ga je gewoon door. Dat kan jij. Zo ben jij. Niet miepen. Je hebt het goed. Dus niet klagen. Doorgaan. Die balans komt wel. Niet blijven hangen in afscheid en verdriet.

Afstand van een huisdier. Ze heeft het nu toch veel beter. Jij kon niet meer het leven bieden dat ze verdiende. Toch mis je haar soms. Maar daar schiet je niks mee op. Het is beter zo. Voor haar.

Afscheid van je thuis. Je hebt een nieuw huis. Dus daar kun je verder. Gewoon instromen in het bestaande ritme en de huidige regelmaat. Maar hoe dan? Geen idee. Gewoon doen. Gewoon gaan.

Afscheid van je werk. Het ging er toch niet zo lekker. Dat is nu voorbij. Dus dat kun je nu achterlaten. Het grootste deel van je werkende leven. Tot nu toe dan. Je hebt nog zoveel jaar voor je. Je zit nu op je plek. Dus door.

Afscheid van dierbaren. Het verdriet van anderen. De pijn. Het raakt je. Diep. Maar daar help je anderen niet mee. Jezelf ook niet. Normaal schrijf je het van je af. Maar nu niet. Je moet doorgaan.

Vooral niet terugkijken. Daar schiet je niks mee op. Denken aan hoe het was. Hoe het zo kon lopen. Dat zal je niet helpen. Je weet toch niet wat je kunt verwachten. Dus verbazing en verbijstering zijn verspilde energie.

En de mooie momenten dan? De blije, zorgeloze momenten. Ja. Die waren er ook zeker. Maar je kunt er niet zomaar bij. Niet zonder dat ze worden overheerst. Overspoeld door een kritische noot.

Het sluipt erin. Een jaar lang. Doe je niet anders. Alleen maar doorgaan. En dan is het oudjaarsdag. Slaat de klok twaalf uur. En hoor je eindelijk wat anderen probeerden te zeggen. Dit ben jij niet.

Inderdaad. Dit ben jij niet. Dit kan jij niet. Waarom doe je dan zo? Ja hoor. Die kritische noot. Daar is-ie weer. Die helpt je in dit geval ook niet. Het maakt niet uit waarom. Je kunt het niet meer veranderen.

Een jaar van emoties stroomt over je wangen. Het lijkt niet op te houden. Je probeert ertegen te vechten. Het heeft geen zin. Dus je laat het maar. Want je weet. Een nieuw jaar. Een nieuw begin. Nu mag jij er ook weer zijn.