95 jaar. Hoeveel taarten zouden dat zijn geweest? Hoeveel saucijzenbroodjes? Om nog maar niet te beginnen over de hoeveelheid vis. Zalm, paling, garnalen. En natuurlijk garnalenkroketjes.

Met de ‘speciale’ kersentaart had je nu niet meer aan kunnen komen. Of juist wel. Worden de kleintjes misschien wat rustiger. Cake en koekjes. Gevulde speculaas. Altijd goed.

Broers en zussen. Kinderen en kleinkinderen. En de achterkleinkinderen natuurlijk. Het zijn er nogal wat. Waar zou je iedereen toch laten? Het huis zou groot genoeg zijn geweest.

Iedereen verspreid door het huis. Of in de tuin. Buiten voor de deur. Maar niet in de keuken! En toch samen. Ja, want dat is het belangrijkste. Genieten van al het moois. Dat je zelf hebt gecreΓ«erd.

Wat een feest zou het zijn geweest. Misschien is het dat nu ook wel. Daarboven. Ergens anders. Waar dan ook. Eten en drinken in overvloed. En gelach. Gelukkig niet alleen. Maar samen. Een fijne gedachte. 

En dan de glinstering. Als kerst op de taart. De glinstering in de ogen. Van trots. Van liefde. Die glinstering. Die maakte het helemaal af. Nu nog steeds is-ie altijd aanwezig. Overal. Al zou-ie 95 jaar zijn geweest. It never gets old.