Nieuw jaar. Nieuw begin. Nieuwe strijd. Of nee. Strijden. Het blijft er nooit bij een. Het lijkt ook nooit op te houden. Even adempauze. Als die er al is. En dan staat er alweer iets nieuws op je te wachten. Om de hoek. In elke hoek.

Het lijkt maar niet op te houden. En hoe hard anderen ook het tegendeel beweren. Hoe hard je daar ook in wilt geloven. Het kan niet anders. Het moet wel aan jou liggen. In al die strijd is er maar één constante factor. Jijzelf.

Het geloof in jezelf brokkelt beetje bij beetje af. En de steunpilaren. Die zullen vast en zeker instorten. Zullen omvallen. Zullen het gewicht niet willen dragen. Van alle bagage die jij met je meebrengt. Mentaal bereid je je vast voor op de val.

Verblind door de strijd. Zie je niet. Nog niet. Die val komt niet. Sterker nog. Waar je eerst nog op een enkele pilaar kon leunen. Heb je er nu verschillende binnen je bereik. Pilaren die jij bij je hebt verzameld. Die jou met trots overeind zullen houden.

Strijd na strijd. Krabbel je weer overeind. Zichtbaar geknakt. Maar niet gebroken. Waar ieder ander was neergegaan. Niet meer was opgestaan.Β Sla jij keihard terug. Hoe harder de strijd. Hoe harder je vecht. Na elke strijd ben jij weer sterker dan ooit.

En die steunpilaren. Vol ongeloof bewonderen ze jouw vechtlust. Jouw drang om te overleven. Om te leven. Ze staan klaar om je op te vangen. Zullen er altijd zijn. Ook om achter te schuilen. Als is het voor even. Om op adem te komen.